verslag: Polgár-training

De laatste training op woensdag werd gegeven door Oscar. Deze avond maakten we geen gebruik van de Nederlandse Stappenmethode van Rob Brunia en Cor van Wijgerden, maar van de methode van de Hongaarse pedagoog en psycholoog László Polgár.

Polgár was ervan overtuigd dat genieën worden gemaakt, niet geboren. Samen met zijn vrouw Klára voedde hij hun drie dochters — Susan, Sofia en Judit — thuis op. Vanaf jonge leeftijd kregen zij een intensieve training in één specifiek vakgebied: schaken. Alle drie groeiden zij uit tot wereldtoppers. Judit Polgár werd de sterkste vrouwelijke schaker aller tijden en de enige vrouw die de top 10 van de wereldranglijst bereikte. Susan werd wereldkampioene bij de vrouwen.

Oscar begon de avond met een aantal eenvoudige matbeelden uit een eindspelboek van Batsford. Het ging echter niet zozeer om de matjes zelf, maar om een fout in een van de opgaven. De moraal van het verhaal: vertrouw niet blind op bronnen, maar gebruik altijd je eigen hersenen.

Dat deed mij denken aan een onlinewedstrijd die ik ooit tegen Jan Sluiter speelde. We hadden afgesproken dat Jan zijn nieuwe boek van Andrew Martin over het Evansgambiet mocht gebruiken. Ik moest het doen met mijn kennis uit het boek over het Evansgambiet van Bernard Cafferty en Tim Harding. Martins boek beloofde een verbetering te zijn op het oudere werk van Cafferty en Harding, maar bleek in werkelijkheid een flinke verslechtering. Not a good book!

Dat antwoord kreeg ik ooit van David Bronstein tijdens het Aegon Mens-tegen-Computer-schaaktoernooi in Den Haag, toen ik hem om zijn handtekening vroeg. Ik had net Angreifen mit Evans-Gambit van Anatoli Mazukewitsch gekocht. Ook dat boek bleek minder goed dan dat van Cafferty en Harding. Bronstein speelde tijdens een van deze edities overigens een schaakcomputer van het bord met het Evansgambiet. En tijdens dit toernooi deden ook de zussen Zsuzsa (Susan) en Zsófia (Sofia) Polgár mee. Ik weet nog dat ik een tijd bij het bord van Sofia heb staan kijken. Daarmee is het bruggetje naar de Polgár-training gemaakt.

Vader László liet zijn dochters duizenden tactische opgaven maken. Dit resulteerde in een boek met 5.334 schaakopgaven: een gigantisch dik boek van meer dan 1.100 pagina’s, dat vrijwel volledig bestaat uit schaakdiagrammen met mat-in-één-, mat-in-twee- en mat-in-drie-opgaven.

Maar László liet zijn dochters ook oefenen op afwijkende schaakborden: 8×6, 6×3, 9×6 en 5×8. Oscar had de avond uitgebreid voorbereid en verschillende van deze borden zelf vervaardigd. Iedere variant had hij bovendien in een andere kleur gemaakt. Helaas was er alleen tijd om te oefenen op het 6×8-bord, maar het zette de kinderen meteen aan het denken. De partijen verliepen heel anders dan normaal en soms waren er verrassende uitslagen. Etienne won én verloor bijvoorbeeld van Josephine.

Ik vond het een erg leuke en nuttige aanvulling op de Stappenmethode. Het was veelzeggend dat de kinderen tijdens het schaken muisstil waren. Over een tijdje gaan we nog een avond schaken op afwijkende borden.

Dank je wel, Oscar, voor je creativiteit en originaliteit!

 

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.