Krimpen I zakt stevig door het ijs,
4.5 – 3.5 verlies


It giet oan!, de dooi dan wel te verstaan. Wat trad ie zaterdag in Tilburg snel in. Afschuwelijk. Het was brak met z’n allen in een wak. Foar de kofje net eamelje was het plan.

Dus tot 16.00 uur reed het team een vlakke race. Een PRetje van Harold brak daarna snel het ijs. Voor Bolsward plaatste hij een versnelling en na een interessante opening (koningsindisch) reed hij zijn tegenstander snel naar huis (0-1).
Maar de (hersen)riempjes zaten niet overal even goed. De Friese doorlopers van Gosse zaten veel te los. Er zat geen enkele scheur in zijn stelling en met de wind in de rug, twee pionnen meer, leek het een kwestie van techniek. Maar ‘foar de wyn is elts in hurdrider’ werd weer eens vergeten. Sneeuwduintje niet gezien, een verkeerd stuk aangeraakt, torentje weggeven en schaatsen konden terug in het vet (1-1). Waardeloos. Maar de waaier zat vanmiddag sowieso niet stevig in elkaar.
Ook met de wind mee, was het Peter’s beurt om over te nemen, met een kwaliteitsoffer op F6. Het leek hem te langzaam voor een snelle tijd, hij bleef zitten op zijn plek in de waaier, wachtte net even te lang en kwam plots na de tijdscontrole binnen (2-1).
Voor Rob was het vanaf het begin al aanklampen geblazen. Door wat brammen had ie geen enkele grip in de opening gekregen. Zijn tegenstander ging als een echte Reinier Paping er van door. Maar doorzettend, alsof ie gezien had vanaf fondant richting zwart ijs te rijden, kon Rob weer wat aanzetten en kwam naderbij. Toen zijn tegenstander even de tijd nam om zeem voor zijn edele delen te plaatsen reed Rob de laatste meters dicht en kwamen ze gelijk over de finish (2.5-1.5).
Dan Dik en Pieter (jarig vandaag!). Dat verdient commentaar alla Joan Haanappel. Een pirouettetje hier, een stempelpostje daar, sierlijk reden ze zaterdagmiddag wat ijskilometertjes weg. En de hoge druk die inmiddels heerste boven het Tilburgs denksportcentrum werd door hen niet gevoeld. Ze gingen niet over een nacht ijs. Dan zak je er immers toch maar doorheen. Maar misschien was het ook de verdienste van hun opponenten. Voordat het echt koud werd eindigde het gelijk (3.5-2.5).

Daarentegen raakte Marcel helemaal onderkoeld. Met alleen een T-shirtje aan begon ie aan het eindspel, Bartlehiem-Dokkum-Ljouwert. Hij had alle energie nodig om warm te blijven en kon niet meer versnellen. Gelukkig reed hij het zonder breuken uit maar meer zat er vandaag beslist niet in (4.0-3.0).
Alle hoop was dus gevestigd op de demarrage van Jason. Een snickertje hier een snickertje daar, de wikkels netjes in de zak, eentje op het ijs kan immers al fataal zijn. Maar was dit wel een Elfstedentochtwaardige lunch geweest?! Het verliep tot Oudkerk (6 km tot de finish op de Bonkevaert) allemaal heel erg goed. Alle scheuren keurig ontweken, geen scheve schaat gereden en klaar voor de laatste sprong om alleen te finishen. Maar met de overwinning voor het grijpen sloeg de hongerklop toe. En hoe? De snickers waren op, de laatste repatriëringspost geweest en de knieën begonnen te knikken. Ook het hoofd wilde niet meer zo goed. Met het verstand op oneindig werd nog een keer aangezet. Er was nog een scheurtje te ontwijken en die werd niet gezien. Het was donker in zijn kop geworden, lichaam en geest wilden wel in gesprek met het ijs, maar het lukte gewoon niet meer. Hongerklop. Toen vervloog de hoop, Jason had zeker een kruisje verdiend maar het halfje wat restte bracht ons niet op gelijke hoogte.

De voorzitter van de Elfstedenvereniging had gelijk, het kon zaterdagmiddag echt niet.

Gosse