| Na zware strijd werkt Krimpen 3 zich (voorlopig) uit de degradatiezone |
Als je moederziel alleen onderaan in je poule staat, rest er nog maar een ding: winnen. Dat leek ook mogelijk tegen onze tegenstander met de lange naam RSR Ivoren Toren 4. Weliswaar hadden zij 2 matchpunten meer dan wij en geeft het ratingoverwicht dat wij hadden geen zuiver beeld, laat staan garanties, het moest toch mogelijk zijn.
Aangemoedigd door de teamleider van Krimpen 4, Michel van Cappellen, die op de verenigingswebsite liet weten dat Krimpen 3 zich moest handhaven in de eerste klasse van de RSB nu Krimpen 4 niet meer naar deze klasse zal promoveren, lag het voor de hand hem uit te nodigen hier rechtstreeks aan bij te dragen. Maar hij ging liever schaatsen dan schaken. Gelukkig beschikt zijn team over meer sterke spelers die goed mee zouden kunnen in Krimpen 3 en vond ik David Berendsen en Lennart Kraaijenbrink bereid in te vallen.
Het was nog koud in het aparte speelzaaltje voor bondswedstrijden van RSR Ivoren Toren in Rotterdam. De gaskachel was nog maar net aangezet, maar deed erg zijn best. Zo zeer dat later op de avond zelfs Evert Mulder zijn jas uittrok.
De locatie waar we speelden was zeer bekend voor mij. Ik heb er vele cursusavonden doorgebracht. Tot mijn verrassing bleek de trainer van destijds, Dolf Meijer, de wedstrijdleider voor onze wedstrijd. Hij is sinds kort in dienst getreden bij de KNSB als talent coach.
Meestal krijg je na zo’n twee uur spelen wel kijk op de ontwikkelingen en waar de verschillende partijen naar toe lijken te gaan. Maar dit keer duurde het lang voordat ik wat tekening in de partijen zag. Hans Ranft speelde aan bord een tegen een Griek die in het Engels communiceerde. Niet met alle Grieken gaat het slecht. Hij bezat aan het begin van het seizoen nog geen rating, maar ik had al begrepen dat hij bepaald geen beginneling was. De ratings per 1 februari geven hem ook de hoge score van 1920. Maar Hans laat zich daardoor natuurlijk niet imponeren en zet de partij goed op en lijkt wat voordeel te hebben. De ver opgerukte maar geïsoleerde a-pion van zijn tegenstander op a3 lijkt tegen de witte pionnenformatie op a2 en b3 alleen maar een zwakte te worden. Bij Jan Sluiter op bord 2 is de situatie (voor mij) minder duidelijk. Daarentegen staat Bert van Brussel op bord 3 er goed voor. Hij is goed uit de opening gekomen en bouwt zijn voordeel(tje) gestaag uit.
Bij Remko Moerkerken op bord 4 is het weer veel minder duidelijk en dat vindt hij zelf ook.
Naast mij speelt Evert Mulder aan bord 5. Met tegengestelde rokades begint hij een pionnenbestorming tegen de zwarte koningsstelling, maar deze lijkt te verzanden. Toch houdt hij druk langs de f-lijn tegen een zwakke pion. Als zijn tegenstander dat voldoende afgedekt heeft begint Evert op de damevleugel en verschaft zich een gedekte vrijpion. Met zo’n stelling moet hij gewonnen staan. Aan de andere kant naast mij speelt David Berendsen aan bord 7. Hij heeft een pion gewonnen en staart er goed voor. Nog beter vergaat het Lennart Kraaijenbrink op bord 8. Hij weet een gevaarlijke aanval op de lang-gerokeerde tegenstander te ontketenen. Dat hij onbedoeld een kwaliteit weggeeft deert hem al niet meer en hij wint in fraaie stijl. Het eerste punt is binnen. Zelf heb ik het heel wat moeilijker aan bord 6. Mijn stelling is erg gedrongen. Op enig moment staan al mijn zeven stukken op de achterste rij! Maar de pionnenformatie ligt grotendeels vast en mijn tegenstander weet er ook weinig weg mee.
De avond is al gevorderd en dat betekent vaak ook dat de pech kan toeslaan. Evert laat bij een pionnenafruil een belangrijke centrumpion verloren gaan en zijn tegenstander weet met dame en toren zijn koning te bedreigen. Opeens is het uit voor Evert. Bert weet zijn voordeel gelukkig in een solide winst om te zetten. Met Remko gaat het eerst minder. Maar hij weet een verloren pion terug te winnen, wint nog een pion en beslist het eindspel in zijn voordeel. Zelf kan ik de stelling openbreken en verschillende dreigingen kweken. In tijdnood maak ik nog wel een fout en verlies een pion, maar mijn tegenstander heeft het toch moeilijk en vergaloppeert zich in tijdnood met een penning, wat hem een stuk kost. Na afruil is het eindspel ook met een paar minuten op de klok eenvoudig te winnen. David weet dan dat hij met remise de winst voor de wedstrijd veilig stelt. Hoewel hij duidelijk voordeel had en wellicht gewonnen heeft gestaan, moet hij wel in remise berusten en is er tevreden mee.
Dan is er nog de strijd aan de eerste twee borden gaande. Hoe dat voor Jan er aan toegegaan is heb ik niet kunnen zien, maar hij zit er gedesillusioneerd bij: verloren. De gewonnen staande stelling van Hans is ook verdwenen. Zijn tegenstander brengt hem met een aanval met een opgerukte pion in het nauw en ook hij moet uiteindelijk opgeven.
Het mag de pret niet drukken. We hebben met 3½-4½ gewonnen en dat brengt ons van de achtste naar de zesde plaats. Voorlopig dus geen degradatiekandidaat. Maar natuurlijk zijn we er nog niet. Ook onze volgende wedstrijd(en) zullen we moeten winnen om ons veilig te stellen. Maar dat zijn we zeker van plan.
Eduard Hoogenboom, teamleider Krimpen 3